Belastingplan blijft voorlopig geheim

maandag 15/06/2015

Het lijkt erop dat het nieuwe belastingplan vooralsnog in blauwe rook op gaat als het aan de oppositie ligt. Er zijn weinig politieke partijen enthousiast over het voornemen van de regering om dit nieuwe belastingplan voor de komende jaren te bespreken in achterkamertjes. Liever ziet men dit ingrijpende plan in de openbaarheid verschijnen om er dan over te spreken. Vooralsnog lijkt de regering hier niet toe geneigd. Omdat dit belastingplan vermoedelijk een grote systeemwijziging met zich zal meebrengen willen wij benoemen welke elementen in dit plan mogelijk aan de orde komen.

Op dit moment gaat de discussie erg over de vorm van het nieuwe belastingplan en valt er nog nauwelijks een mening te vormen over de inhoud van het belastingplan. De laatste grootste hervorming dateert al weer van 2001. 

Welke informatie is al wel bekend?

De hoofdlijnen waar partijen het over eens zijn is dat arbeid meer dient te lonen en dat het systeem eenvoudiger dient te worden. Er zal geschrapt gaan worden in de thans circa 100 aftrekposten. De rekening valt te verwachten bij de belasting over consumptie. Wat weten we in ieder geval over de opvattingen van de staatssecretaris van Financiën? Op dit moment is hij van mening dat de huidige belastingregels verstorend werken en dat dit werkgelegenheid en economische groei in de weg staat.

Zienswijze staatssecretaris Wiebes

- De belastingheffing van mensen zou beter verspreid kunnen worden over het gehele leven van mensen. De hoogste lasten zitten momenteel in de meest 'dure jaren' van iemands leven. Namelijk in de werkende fase waar de kosten in de meeste huishoudens het hoogst zijn vanwege opgroeiende kinderen, een tophypotheek, kinderopvang en studies. De fiscale druk is het laagst voor ouderen. Een statistiek die hierbij wordt gepresenteerd is de volgende. Het percentage huishoudens onder de armoedegrens is onder werkenden viermaal zo hoog als onder gepensioneerden. De toekomstige oudere, de nu nog werkende, heeft er baat bij als deze fiscale ruimte al eerder in het leven beschikbaar is. Het kabinet is van mening dat maatregelen om dit te bereiken over meerdere generaties verdeeld dient te worden. 

- Het nieuwe stelsel dient minder complex te zijn. Het huidige systeem bevat te veel regels die in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zijn en tot fraude uitlokken. De eerste stap die men wil zetten is om de autobelastingen en toeslagen onder de loep te nemen. 

- De belastingen op arbeid en ondernemen dienen verlaagd te worden. Er is een groot geloof in de gedachte dat de samenleving als geheel beter af is met meer betaald werk. Om die reden wil de regering stimuleren aan het werk te zetten die nu worden afgeremd te werken. Deze doelgroep bestaat uit 1,2 miljoen mensen. Op dit moment is Wiebes van mening dat het huidige belastingstelsel werken afremt. Uit diverse studies is gebleken dat belastingen op ondernemen de meest verstorende werking heeft. Van de ondernemingen die internationaal werken zoeken bestuurders het meest optimale ondernemersklimaat op. 

- De inkomsten uit de BTW liggen in Nederland volgens Wiebes erg laag. Slechts 25% van de producten en diensten vallen onder het 21% tarief. De rest is belast met het lagere BTW-tarief van 6% of is in zijn geheel vrijgesteld van BTW. De verwachting is dat vooral de diensten en producten die in het lage BTW-tarief vallen opgehoogd worden. Het is bijvoorbeeld niet uit te leggen dat een ritje in de botsauto's 6% kost terwijl de timmerman 21% BTW in rekening dient te brengen.

- Het kabinet vindt het niet gepast om de woningmarkt in de stelselwijziging mee te nemen omdat hier recent al grote wijzigingen in hebben plaatsgevonden. Dit biedt rust voor de toekomstige kopers van een huis en bestaande eigenwoningbezitters. 

- Vanuit de gemeenten is er een sterke wens om zelf meer belastingen te kunnen heffen. Dit geeft de regering gelegenheid om uitgaven uit het gemeentefonds te dempen en hierdoor de lasten op arbeid te verlagen. Wel kan de ruimte die gemeenten nemen dan tot gevolg hebben dat de belastingen op arbeid indirect stijgen. Hierover is dan ook nog geen duidelijk beeld te vormen. 

Met de laatste opmerking valt dan ook de vraag te bedenken of we er per saldo dan wel op vooruit gaan? Volgens Wiebes niet. Hij is van mening dat circa 3 tot 5 miljard euro extra nodig is om uiteindelijk sommige groepen mensen te compenseren voor nadelige effecten.

Auteur mr. drs. J. (Julian) Langkemper LL.M RB