Einde van de gouden handdruk

dinsdag 04/02/2014

Over een klein half jaar is het fenomeen gouden handdruk over.

Ieder jaar krijgen in Nederland ongeveer 110.000 mensen een ontslagvergoeding. Dat is ongeveer 1,6% van de totale werkzame beroepsbevolking. Vooral bij werknemers met een lang dienstverband en een bovenmodaal salaris verzacht de financiële tegemoetkoming veel pijn. Bij hen is het werkelijk goud wat er blinkt; ze staan weliswaar op de keien, maar zijn wel een paar ton rijker. De fiscale voordelen op deze ontslagvergoedingen verdwijnen dus uiterlijk 30 juni 2014.

In feite zijn veel ontslagvergoedingen, met name de hogere, op slag minstens 10 procent minder waard geworden.Want een besparing van 10 procent op de inkomstenbelasting was zeker te behalen met het oppotten van de ontslagvergoeding in een stamrecht bv of op een bankspaarrekening.

De stamrecht bv, waarvan er inmiddels circa 50.000 zijn in Nederland, en het banksparen maakten het mogelijk de gouden handdruk in gedeelten op te nemen, om zo aan de hoogste belastingschijf van 52% te ontkomen. Maar sinds 1 januari wordt de vergoeding simpelweg simpelweg bij het inkomen opgeteld en dient er direct inkomstenbelasting over te worden afgedragen.

Deze maatregel is slechts het begin van een aantal versoberingen in het ontslagrecht. Op de rol voor 2015 staat de afschaffing van de kantonrechtersformule. Dan kan ook het begrip gouden handdruk definitief zo'n beetje de prullenbak in.

Wie dan ontslagen wordt, moet het doen met een transitievergoeding, met een maximum van 75.000 euro.

Tot medio 2015 worden er nog gouden handdrukken uitgekeerd. Wat kun je het beste doen om fiscaal en financieel voordeel te behalen?

Er zijn twee mogelijkheden, die in sommige situaties de belastingdruk enigszins verminderen. De eerste mogelijkheid is middelen. Een bestaande regeling, die gebruikt wordt door mensen met een wisselend inkomen, artiesten bijvoorbeeld, of freelancers. U mag drie jaarinkomens bij elkaar tellen en middelen. Een hoge ontslagvergoeding kan op deze manier uitgesmeerd worden over jaren met een lageWW-uitkering als inkomen. Het gemiddelde zakt dan mogelijk onder de grens voor het hoogste belastingtarief.

Middelen kan alleen achteraf. Dus eerst betalen en na drie jaar hopen dat het middelen tot teruggave leidt.

Mogelijkheid twee is het benutten van de jaarruimte pensioensparen.

De fiscus staat toe een bepaald percentage van het bruto jaarinkomen opzij te zetten voor ouderdomspensioen.

Wordt dat percentage niet gehaald met de reguliere pensioenpremie, dan kun je bijstorten bij je pensioenfonds of op een bankspaarrekening.

De jaarruimte is bekend bij het pensioenfonds en gebaseerd op het jaarinkomen en de pensioenaangroei. Een ontslagvergoeding zorgt automatisch voor meer jaarruimte.

Het nadeel van pensioensparen is dat het geld tot de pensioendatum onbereikbaar is. Dat is niet voor iedereen aantrekkelijk: als zich geen nieuwe baan aandient, zullen velen de ontslagvergoeding nodig hebben om van te leven.

Middelen en pensioensparen leidt hoe dan ook niet tot enorme belastingbesparingen.

En als de door inkomstenbelasting gekortwiekte ontslagvergoeding eenmaal op een spaarrekening staat, dan kan ook nog eens de vermogensrendementsheffing in beeld komen. Wie meer dan 21.140 euro spaargeld (voor stellen het dubbele) heeft, betaalt 1,2 procent over het meerdere.

Advocaten voorzien met de komst van de nieuwe ontslagwetgeving meer procedures. Nu is het zo dat een hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank niet open stond. Dit zal dus veranderen. De gouden handdruk werkte als smeerolie. Nu zullen werknemers de hakken in het zand gaan zetten.

Waarschijnlijk wordt per 1 juli 2015 (Eerste en Tweede Kamer moeten hierover nog besluiten) de transitievergoeding ingevoerd.

Werknemers met een vast of met een tijdelijk contract (minimaal twee jaar in dienst) krijgen de vergoeding bij onvrijwillig ontslag. Zij is bedoeld om het traject 'van werk naar werk' te bekostigen.

De kantonrechter kan een hoger of lager bedrag toekennen als er sprake is van verwijtbaar handelen van werkgever of werknemer.

De vergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar bij een dienstverband tot tien jaar en een half maandsalaris per gewerkt jaar voor ieder jaar dat het dienstverband langer duurde dan tien jaar. Het maximum is gesteld op 75.000 euro of een jaarsalaris bij een hoger inkomen.

Voor vijftigplussers geldt een overgangsregeling; zij krijgen een hogere transitievergoeding.

Het genoemde maximum blijft gelden.

De huidige kantonrechtersformule kan gebruikt blijven worden bij ontslag met wederzijds goedvinden. Ook bij collectief ontslag zijn afwijkende afspraken mogelijk.