Behandeling belastingplan 2014

De leden van de fracties van de PvdA, CDA en ChristenUnie reageren positief op het voorstel om de in de bestaande stamrechten beklemde vermogens te ontklemmen en die ontklemming ook fiscaal te faciliteren.

Dit neemt niet weg dat onder de leden van de fracties van de PvdA en de ChristenUnie nog vragen leven over onder andere de toepassing van de overgangsregeling. De leden van de fractie van de PvdA vragen in hoeverre zich anticipatie-effecten zullen gaan voordoen, als gedwongen ontslag «naar voren wordt gehaald» of op 1 januari 2014 ingaande ontslagen gedateerd zullen worden op 31 december 2013. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen wat bepalend is voor de vraag wanneer een werknemer nog gebruik kan maken van de stamrechtvrijstelling volgens het huidige regime. Is dat het moment waarop de vergoeding door de werkgever definitief is toegezegd en/of het moment waarop de vergoeding door de werkgever uitgekeerd is, zo vragen deze leden.

Het kabinet heeft, mede naar aanleiding van deze vragen, besloten het onderhavige wetsvoorstel aan te passen om meer duidelijkheid te bieden en ook om eventuele anticipatie te beperken. Voor de toepassing van de 80%-regeling wordt geregeld dat naast het ineens beschikken over de aanspraak ook vereist wordt dat de werkgever het ter financiering van het betreffende recht op periodieke uitkeringen verschuldigde bedrag voor 15 november 2013 heeft overgemaakt. Voor het overige blijft gelden dat op de op 31 december 2013 bestaande aanspraken de op die datum bestaande bepalingen met betrekking tot de stamrechtvrijstelling van toepassing blijven. Voor de kwalificatie als een bestaande aanspraak is van belang of de aanspraak reeds op 31 december 2013 voldoende bepaald is en aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) voldoet. De datum waarop het ontslag plaatsvindt is derhalve niet de beslissende factor. In het algemeen zal pas worden overgegaan tot de toekenning van een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als het ontslag vaststaat. Op dat moment zal in beginsel ook de storting van de koopsom plaatsvinden.

De leden van de fractie van de PvdA vragen in dit kader of bij de raming van de opbrengst van de wijzigingen van de stamrechtvrijstelling rekening is gehouden met mogelijke anticipatie-effecten en als het zo is wat het budgettaire beslag van deze effecten is. Bij de raming is geen rekening gehouden met mogelijke anticipatie-effecten.

De leden van de fractie van de PvdA stellen dat bij reorganisaties een deel van de ontslagen nog dit jaar valt en een ander deel volgend jaar, hetgeen tot gevolg heeft dat ongelijke behandeling van werknemers ontstaat die aanleiding zou kunnen geven tot het treffen van een ruimere overgangsregeling. De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben in het verlengde daarvan gevraagd of er een overgangsregeling komt voor mensen die nu al weten dat zij begin 2014 geconfronteerd worden met ontslag. Het kabinet overweegt niet om een aanvullende overgangsregeling te treffen voor de door deze leden voorgestelde situaties (voor zover die situaties niet onder de huidige overgangsregeling zouden vallen). De door het kabinet voorgestelde overgangsregeling biedt voldoende eerbiedigende werking voor bestaande gevallen. Verruiming van de overgangsregeling naar de door de leden van de fractie van de PvdA en de leden van de fractie van de ChristenUnie voorgestelde situaties zou feitelijk de afschaffing van de stamrechtvrijstelling uitstellen, omdat nieuwe aanspraken nog steeds in aanmerking zouden komen voor de stamrechtvrijstelling. Ook de pijn van de afschaffing van de stamrechtvrijstelling zou dan niet worden weggenomen, maar slechts worden uitgesteld. Ook na een uitgestelde afschaffing kunnen zich weer nieuwe situaties voordoen die dan het overgangsrecht ontberen.

De leden van de fractie van de SP vragen of de 80%-regeling het naar voren halen van toekomstige belastinginkomsten inhoudt, en of dit getuigt van verstandig begrotingsbeleid. Dankzij deze maatregel kunnen bestaande stamrechten ineens worden uitgekeerd zonder dat revisierente in rekening wordt gebracht. Daarnaast wordt slechts 80% van de uitkering in de heffing van box 1 betrokken, indien het stamrecht in 2014 ineens wordt uitgekeerd. Gebruikmaking van deze mogelijkheid is geheel vrijwillig. Met het fiscaal stimuleren van het te gelde maken van bestaande stamrechten worden toekomstige belastinginkomsten naar voren gehaald, hetgeen positief bijdraagt aan het EMU-saldo op korte termijn en tegelijkertijd vermogen vrijmaakt om volledig naar vrije keuze te consumeren, te sparen of aan te wenden voor schuldreductie. In de huidige economische omstandigheden acht het kabinet dit een verantwoord begrotingsbeleid.

De leden van de fractie van de PvdA vragen waarom is gekozen voor een maatregel waardoor ontslagvergoedingen meteen belast worden. De leden van de fractie van het CDA vragen zich af of aan deze maatregel slechts financiële motieven ten grondslag liggen. De huidige stamrechtvrijstelling eist onder meer dat sprake is van een recht op periodieke uitkeringen. Dit vereiste van periodieke uitkering beperkt de bestedingsmogelijkheden. Het kabinet wil, mede gezien de huidige economische situatie, stimuleren dat mensen meer ruimte en vrijheid krijgen om over hun vermogen te beschikken. Ook de Tweede Kamer heeft het kabinet verzocht te onderzoeken welke beklemde vermogens er bestaan en of er mogelijkheden zijn de beklemde vermogens te ontklemmen.29 Uit dit toegezegde onderzoek bleek dat het goed mogelijk is om het vermogen dat vast zit in een stamrecht te ontklemmen. Het ontklemmen van bestaande stamrechten geschiedt door middel van het laten vervallen van de eis van periodieke uitkeringen. Vanaf 1 januari 2014 is het mogelijk om ineens over de waarde van het stamrecht te beschikken. Naast het ontklemmen van bestaande vermogens is het algemene streven om toekomstige vermogens niet meer te beklemmen, tenzij daar een gegronde reden voor bestaat (zoals bij pensioen en lijfrentes). Het voornemen van het kabinet is dan ook om de stamrechtvrijstelling in haar geheel te laten vervallen, zodat de belastingplichtige de ontvangen nettovergoeding naar eigen inzicht en op elk gewenst moment kan besteden, dan wel kan aanhouden als vrije besparing. Het laten vervallen van de stamrechtvrijstelling leidt tevens tot een vereenvoudiging in de uitvoering en dientengevolge tot lagere uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. De ontvangen ontslagvergoeding wordt door de afschaffing van de stamrechtvrijstelling direct in de heffing van box 1 betrokken. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het structureel op orde brengen van de overheidsfinanciën.

De leden van de fractie van de SP vragen of gesteld kan worden dat door de afschaffing van de stamrechtvrijstelling minder geld beschikbaar zal zijn voor het opstarten van een onderneming. Door middel van het afschaffen van de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen zal er direct afgerekend moeten worden over de ontvangen vergoeding. De nettovergoeding zal voor elk gewenst doel kunnen worden aangewend waaronder het opstarten van een onderneming. Deze nettovergoeding is lager dan de brutovergoeding die tot 1 januari 2014 in stamrecht-bv's geplaatst kan worden. Op de brutovergoeding rust echter nog wel een fiscale claim en deze is derhalve niet geheel vrij besteedbaar.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen wat de middelingsregeling inhoudt en hoe deze regeling compensatie dan wel verzachting zal bieden voor de progressie van belasting die zal optreden door het afschaffen van de stamrechtvrijstelling. De middelingsregeling biedt de mogelijkheid om bij een wisselend inkomen in box 1, of bijvoorbeeld een piek in het inkomen in enig jaar, de uiteindelijk verschuldigde belasting te baseren op het gemiddelde inkomen over een periode van drie jaar. De belaste (stamrecht)uitkering kan derhalve over een drietal jaren worden verdeeld. Het middelen gebeurt achteraf, over een aaneengesloten periode van drie belastingjaren waarvan de definitieve belastingaanslagen zijn vastgesteld. Door de middeling zal het te betalen belastingbedrag (kunnen) dalen. Het verschil met het eerder daadwerkelijk betaalde bedrag zal worden terugbetaald, voor zover het boven de drempel van € 545 komt.

De leden van fractie van de SP vragen of de drempel niet te hoog is om het progressienadeel effectief te kunnen mitigeren. Verder vragen zij een reactie op de termijn die kan verstrijken tussen de aangifte en de definitieve aanslag, waardoor de middelingsregeling pas enkele jaren later kan worden geëffectueerd. Een drempel bij een teruggaafregeling als de middelingsregeling heeft inderdaad tot gevolg dat de werking van de regeling wordt ingeperkt. De reden voor het hanteren van een drempelbedrag ligt onder andere in het beperken van de uitvoeringslast van een dergelijke regeling. Om dezelfde reden kan middeling pas worden toegepast op basis van definitieve aanslagen. Zoals in de memorie van toelichting beschreven kunnen de scherpste kantjes van de afschaffing van de stamrechtvrijstelling, afhankelijk van de persoonlijke situatie, worden gemitigeerd door gebruikmaking van de middelingsregeling. Of de middelingsregeling in een specifieke situatie effectief kan bijdragen aan het verlagen van de belastingdruk is naast de hoogte van de drempel ook bijvoorbeeld afhankelijk van de mate van afwijking van het inkomen in de verschillende jaren en of het gemiddelde inkomen over de drie betrokken jaren daalt beneden een schijfgrens. Er zullen zeker gevallen zijn waar de optie van middeling, al dan niet door de hoogte van de drempel, niet bijdraagt aan het verlagen van de belastingdruk. Evenzeer zullen er situaties zijn waarin de middelingsregeling wel degelijk een gunstig effect heeft.

De leden van de fractie van de SP en de leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de gevolgen van de afschaffing van de stamrechtvrijstelling voor toeslagen en voor de inkomensafhankelijke bijdragen. De afschaffing van de stamrechtvrijstelling heeft tot gevolg dat ontslaguitkeringen in een keer belast worden op het fiscale genietingsmoment van de aanspraak of uitkering. Daardoor kan inderdaad een piek ontstaan in het verzamelinkomen van de ex-werknemer die tot verlies van toeslagen in dat jaar kan leiden. Ook in de jaren daarna, als de ontslaguitkering na betaling van belasting niet meteen wordt besteed, kan het resterende bedrag in box 3 tot verhoging van het verzamelinkomen leiden (voor zover het vermogen in box 3 het heffingsvrije vermogen te boven gaat). Het gaat in dat geval wel om een (veel) kleinere mutatie dan het in het jaar waarin het stamrecht vrijvalt. De toeslagen zijn echter bedoeld als een tegemoetkoming voor mensen met een laag verzamelinkomen die een steuntje in de rug van de overheid kunnen gebruiken. In de situaties waarin het inkomen om welke redenen dan ook voldoende is, is de tegemoetkoming niet meer noodzakelijk. Het kabinet ziet daarom ook onvoldoende redenen om de gevolgen van een eenmalige ontslaguitkering voor toeslagen te mitigeren en af te wijken van het uitgangspunt dat de hoogte van het fiscale verzamelinkomen de maatstaf is voor wat betreft de voor de toeslagen in aanmerking te nemen draagkracht.

De leden van de fractie van het CDA vragen waarom bij de heffing van inkomstenbelasting over stamrechten afgeweken wordt van de werkelijkheid en de draagkracht van de belastingplichtige. Het kabinet vindt het, net als de leden van de fractie van het CDA, van belang om bij de heffing van inkomstenbelasting aan te sluiten bij de werkelijkheid en de draagkracht van de belastingplichtige. Na het afschaffen van de stamrechtvrijstelling zal de uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon op het moment van uitbetalen in het algemeen direct aan de betrokkene worden overgemaakt. Dit impliceert dat dit bedrag op dat moment meegenomen dient te worden bij de bepaling van de draagkracht. De belastingplichtige is na deze ontklemming immers vrij in zijn keuze hoe de uitkering verder aan te wenden. Het kabinet is daarom van mening dat bij de heffing van inkomstenbelasting over de stamrechten niet afgeweken wordt van de werkelijkheid en de draagkracht van de belastingplichtige.

De leden van de fractie van het CDA vragen het kabinet een speciaal tarief in te voeren voor nieuwe stamrechten. Ook de leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de mogelijkheden om als alternatief voor de 80%-regeling een jaar lang een bijzonder tarief van 42% te hanteren. Voor de invoering van een speciaal tarief voor nieuwe stamrechten ontbreekt op dit moment budgettaire ruimte. Daarnaast geldt dat een bijzonder tarief tot problemen in de uitvoering leidt. Aanpassingen in de grondslag – die materieel hetzelfde effect voor de belanghebbende hebben – treffen minder bezwaren. Daarom heeft het kabinet in het kader van het overgangsrecht voor stamrechten de tijdelijke 80%-regeling verkozen boven een bijzonder tarief.

De leden van de fractie van het CDA verzoeken het kabinet om bij afkoop van een stamrecht een deel van de afkoopsom vrij te stellen. Aan dat verzoek komt het kabinet in het onderhavige wetsvoorstel gedeeltelijk tegemoet in het kader van het overgangsrecht voor op 31 december 2013 bestaande stamrechtaanspraken. In het jaar 2014 zal bij een eenmalige opname van het volledige stamrecht slechts 80% van de waarde van de aanspraak op dat moment belast worden. 20% van de waarde wordt dan buiten de belastingheffing in box 1 gehouden.

De leden van de fractie van D66 constateren dat het kabinet verwacht dat de mogelijkheid om een stamrecht vervroegd te laten vrijvallen structureel geld oplevert, en dus voor een deel van de mensen die het laat vrijvallen fiscaal nadelig is. Deze leden vragen hoeveel mensen volgens het kabinet hun stamrecht vervroegd zullen laten vrijvallen, en welk deel daarvan een fiscaal nadeel ondervindt. Ook de leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de grootte van de groep die naar verwachting gebruik zal maken van de regeling. Verder vragen de leden van de fractie van D66 op basis van welke gegevens de inschattingen zijn gemaakt, en een tabel met de budgettaire consequenties voor de jaren 2014–2050. Ook de leden van de fractie van de SP vragen een toelichting bij de budgettaire consequenties van de vrijval van stamrechten. De inschatting van het aantal mensen met een stamrecht is gebaseerd op informatie vanuit bestanden van de Belastingdienst over het aantal stamrecht-bv's en informatie van het CBS over het gebruik van banksparen in verband met ontslagvergoedingen. Op basis van deze informatie is geschat dat er eind 2013 ongeveer 160.000 mensen zullen zijn met een stamrecht. Het kabinet schat dat ongeveer een kwart daarvan, dus ongeveer 40.000 mensen, gebruik zal maken van de mogelijkheid om het stamrecht in 2014 vervroegd te laten vrijvallen. Het is een voorzichtige raming, waarbij rekening is gehouden met het feit dat in veel gevallen vermogen niet onmiddellijk vrijgemaakt kan worden. Het kabinet verwacht, mede op basis van geluiden vanuit de praktijk, dat een kwart van de houders van een stamrecht gebruik zal maken van de eenmalige korting. Met de 80%-regeling wordt een korting van 20% gegeven op de grondslag die in de heffing wordt betrokken bij het belasten van het stamrecht. Voor een aantal belastingplichtigen is dit zonder meer voordelig. Weliswaar verliezen deze belastingplichtigen de vrijstelling van het vermogen in box 3, maar het voordeel in box 1 is voor deze groep groter dan het nadeel in box 3. Voor de overheid resulteert daardoor op termijn, in termen van netto contante waarde, een budgettaire derving. Daarnaast is er een groep belastingplichtigen die bij opname in 2014 weliswaar een voordeel hebben in box 1, maar waarbij het nadeel van belastingheffing in box 3 groter is dan het voordeel in box 1. Voor deze groep lijkt het uit oogpunt van tariefsvoordeel dan onaantrekkelijk om het vermogen in 2014 op te nemen: in termen van netto contante waarde is er een nadeel voor de belastingplichtige en een voordeel voor de overheid. Er zijn echter goede redenen waarom belastingplichtigen desondanks wel voor opname in 2014 kiezen, bijvoorbeeld aflossing van hypotheekschuld (balansherstel) of voor het starten van een onderneming. Voor belastingplichtigen kan het dus voordelig zijn om hun stamrecht in 2014 op te nemen, zonder dat het voor de overheid per saldo tot een budgettaire derving leidt. Per saldo resulteert voor de overheid een opbrengst van ruim € 1,2 miljard in 2014. Vanaf 2015 wordt de derving als gevolg van minder belasting over stamrechtuitkeringen goedgemaakt door de extra box 3-heffing als gevolg van het vervroegd vrijvallen in 2014. Per saldo is in de eerste jaren na 2014 sprake van een meeropbrengst van € 10 miljoen. Pas na verloop van jaren, met name na 2030, staat daar een belastingderving tegenover omdat er geen stamrechten meer vrijvallen. De verwachting is dat er enige jaren na 2040 geen budgettair effect meer zal zijn, wat zichtbaar is in de hierna opgenomen tabel. Door alle budgettaire effecten contant te maken met behulp van de disconteringsvoet, resulteert een structurele opbrengst van € 20 miljoen.

De leden van de fractie van de PvdA hebben gevraagd of bekend is hoeveel mensen tot nu toe gebruik hebben gemaakt van de 80%-regeling bij levensloop. Uit de gegevens verstrekt door de Nederlandse Vereniging van Banken blijkt dat bij de acht grootste banken tot nu toe circa 45% van de deelnemers aan de levensloopregeling gebruik hebben gemaakt van de 80%-regeling. Dat aantal kan de komende maanden nog oplopen. Volledigheidshalve meld ik dat dit het totale gebruik van de 80%-regeling betreft, inclusief het gebruik in het kader van de vrijval van de aanspraken ingevolge de levensloopregeling waarvan de waarde in het economische verkeer op 31 december 2011 minder dan € 3.000 bedroeg.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of het kabinet zicht heeft op de wijze waarop het vrijgekomen levenslooptegoed is aangewend. Ook vragen deze leden of de met de 80%-regeling gefaciliteerde opname van het levenslooptegoed in 2013 er toe heeft geleid dat er meer schulden zijn afgelost en of er meer is geconsumeerd. Het is niet bekend in hoeverre het vrijgekomen levenslooptegoed is aangewend voor aflossing van schulden dan wel voor consumptieve bestedingen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of het kabinet overwogen heeft om belastingplichtigen de keuze te bieden om stamrechten onder te brengen in andersoortige bv's ten behoeve van pensioen en lijfrente. Na afschaffing van de stamrechtvrijstelling blijft het mogelijk binnen de in de tweede en de derde pijler geboden ruimte (pensioen)gaten te vullen. Bij de vrijwillige voortzetting kunnen werknemers, indien de pensioenregeling daar ruimte voor biedt, na beëindiging van de dienstbetrekking nog tien jaar lang vrijwillig pensioen blijven opbouwen bij hun pensioenfonds. Ten slotte is het, afhankelijk van de pensioenregeling, mogelijk dat bij ontslag eventuele op dat moment aanwezige pensioengaten worden opgevuld. Mede door bovenstaande mogelijkheden om de pensioengaten te vullen heeft het kabinet niet overwogen om de inbreng van de stamrechten in andersoortige bv's omwille van pensioen en lijfrente aanvullend te faciliteren.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of het kabinet ook overwogen heeft om het brutobedrag van het stamrecht aan te wenden voor aflossing van de eigenwoningschuld. Aanwending van het brutobedrag van het stamrecht voor de aflossing van de eigenwoningschuld zou leiden tot een budgettaire derving waarvoor geen dekking beschikbaar is. Op de stamrechten rust een claim in de inkomstenbelasting die verloren zou gaan bij een bruto aanwending van het stamrecht voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Daar staat inderdaad tegenover dat het budgettaire beslag van de hypotheekrenteaftrek zou dalen, maar per saldo zal de door de leden van de fractie van de ChristenUnie genoemde maatregel tot een forse budgettaire derving leiden. Het kabinet is inderdaad wel voorstander van het aflossen van de eigenwoningschuld. In het onderhavige wetsvoorstel is daarom bijvoorbeeld ook een ruime vrijstelling van schenkbelasting opgenomen voor schenkingen die aangewend worden voor de aflossing van de eigenwoningschuld.

De leden van de fractie van 50PLUS vragen naar de mogelijke gevolgen van de afschaffing van de stamrechtvrijstelling voor de arbeidsmarkt. De kosten van de afschaffing van de stamrechtvrijstelling zouden mogelijk worden afgewenteld op de werkgever, aldus deze leden. Het kabinet verwacht dat een mogelijke afwenteling van de kosten van het afschaffen van de stamrechtvrijstelling op de werkgever beperkt zal blijven. Onderhandelingen omtrent de hoogte van de ontslagvergoeding vinden doorgaans plaats op basis van het brutobedrag. Voor de werkgever is het hierbij niet relevant of een individuele werknemer ervoor kiest om zijn ontslagvergoeding al dan niet om te zetten in een stamrecht. Voor het bedingen van een hogere ontslagvergoeding moet ook persoonlijke onderhandelingsruimte aanwezig zijn. Deze ruimte lijkt in ieder geval bij het gebruik van de gebruikelijke formule voor de berekening van ontslagvergoedingen heel beperkt.

Auteur mr. drs. J. (Julian) Langkemper LL.M RB

Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!

Live Chat

Hulp nodig?

Bij het aanvragen van uw offerte?

0168 32 77 02

Adviesvraag over stamrecht?

Heeft u een adviesvraag met betrekking tot uw ontslagvergoeding of een stamrecht BV? Wij helpen u graag. Het eerste antwoord is kosteloos. Als u duidelijk uw situatie beschrijft heeft u ook na één antwoord door een fiscalist van ons bureau meestal een goede indruk van een mogelijke oplossing.

Velden met een * zijn verplicht.

Na ontvangst van uw aanvraag zullen wij binnen maximaal één werkdag contact met u opnemen.

Gratis adviesgesprek

Wij bieden u kosteloos de mogelijkheid om een adviesgesprek in te plannen. Dit adviesgesprek kan zowel telefonisch als fysiek plaatsvinden. U mag kiezen. 

Velden met een * zijn verplicht.

Na ontvangst van uw aanvraag zullen wij binnen maximaal 1 werkdag contact met u opnemen. In de meeste gevallen is dit ook direct de specialist en uw gesprekspartner op het door u gezochte adviesterrein.

Laatste nieuws

    Te hoge woonoppervlakte vermeldt. Schadeplichtig?

Te hoge woonoppervlakte vermeldt. Schadeplichtig?

woensdag 19/04/2017

Er komen steeds meer discussies bij de rechter terecht met betrekking tot een onjuiste vermelding van de woonoppervlakte. In de makelaardij is de voorgeschreven methode om woonruimte te meten de zogeheten NEN2580 norm. Is bij een afwijking in de verkoopinformatie van deze norm de verkoper dan ook direct schadeplichtig?

    Banken en geldverstrekkers moeten boeterente herberekenen.

Banken en geldverstrekkers moeten boeterente herberekenen.

woensdag 05/04/2017

Banken en andere geldverstrekkers moeten van de toezichthouder (AFM) de in rekening gebrachte boeterentes vanaf 14 juli 2016 opnieuw gaan berekenen. Dit kan betekenen dat consumenten nog recht hebben op een terugbetaling van de boete indien deze foutief blijkt te zijn. In ieder geval consumenten die een hypotheek vanaf 14 juli 2016 hebben overgesloten komen in aanmerking voor een herberekening. U kunt ook zelf de specificatie van de boeterente opvragen om deze te controleren.

    Nieuwe regels omtrent afkopen spaar- of beleggingshypotheek

Nieuwe regels omtrent afkopen spaar- of beleggingshypotheek

maandag 03/04/2017

Sinds 1 april 2017 is het mogelijk om uw bestaande spaar- of beleggingsverzekering die in box 1 valt voordelig af te kopen. Deze hypotheekvorm kon worden afgesloten in de periode voor 1 januari 2013 en had onder andere als voorwaarde voor een belastingvrije uitkering dat minimaal 15 jaar premie zou worden betaald.

Verlenging tijdelijke schenkingsvrijstelling

dinsdag 12/08/2014

Vandaag pleit de NVM voor een verlenging van de huidige verruimde schenkingsvrijstelling van € 100.000. 

"De huizenmarkt heeft nog steeds stimulering nodig. Deze regeling heeft een positief effect en nu de woningmarkt aantrekt, wordt er ook steeds meer gebruik van gemaakt", aldus Kimman.